Conditie training met Leen!

IMG_20210208_085812.jpg

Hieronder alle oefeningen die voorbij komen:

Uithouding:

1. BEEP TEST, Conditietest van 20 m. Loop naar de overkant voor de beep klinkt.  De beeps komen sneller en sneller. Doel: zo lang mogelijk volhouden      

telling: totale volgehouden tijd, na twee keer niet op tijd aangekomen is de            test voor jou afgelopen.

beeptest.png

2. TOUWSPRINGEN, spring zoveel en zo snel mogelijk, klassiek touwtje springen  

telling: elke sprong is één punt.

touwtje springen.png

3. TIK-SHOT 2 personen. Persoon X staat met gestrekte armen voor zich uit op schouderhoogte van persoon Y. Persoon Y staat op ongeveer 1m van persoon X en probeert nu zoveel mogelijk keren met zijn voeten tegen de handen van persoon X te tikken.

Telling: elke keer wanneer een voet, een hand raakt = 1. Geen aanraking = 0.

tikshot.png

4. HORDELOPEN, Er staan 6 hordes voor elkaar, de bedoeling is dat je hier overheen springt met afwisselend één voet. Je huppelt als het ware over de hordes heen .

Telling: elke keer je aan het startpunt komt = 1. 

hordelopen.png

5. HIGH KNEES,  2 personen. Persoon X staat met gestrekte armen voor zich uit op borsthoogte van persoon Y. Persoon Y probeert nu zoveel mogelijk keren met zijn knieën tegen de handen van persoon X te tikken.

Telling: elke keer wanneer een knie, een hand raakt = 1. Geen aanraking = 0.

6. DUURLOOP, We lopen een bepaald aantal kilometer, pure conditietraining      

telling: tijdopname.

duurloop.jpg

Reactievermogen:

7. ACTIE-REACTIE MET 2 TENNISBALLEN, 2 kids, Een staat met gestrekte armen voor zich uit met in elke hand een tennisbal de andere staat met zijn handen boven de handen van diegene met de tennisballen, deze laat willekeurig een tennisbal vallen de andere dient deze te vangen voor de bal op de grond komt.      

telling: 20 pogingen elke vangbal is een punt.

reactievermogen.jpg

8. HAND-OOG COÖRDINATIE, 2 personen gooi de stuiterbal naar elkar met een bots erin, de bal zal alle kanten opstuiteren de bedoeling is om de bal te vangen.

Samen 30 keer gooien.  

telling: elke vangbal is één punt.

ooghand coo.png

9. REACTIESNELHEID MET NUMMERS, individueel met lichtsensoren. Tik zoveel lichtjes uit in een minuut tijd. De computer geeft je resultaat aan.

telling: computer bepaalt je eindresultaat

reaxxing.png

Snelheid:

10. SNELHEIDSREACTIE, Op de tafel liggen 2 ronde matjes de bedoeling is om ze beurtelings met je tennishand aan te raken. Andere hand is op de rug.

telling: Elke tik is één punt.

tikken op tafel.png

11. HEKJE ZIJDELINGS SPRINGEN, 2 voeten naast elkaar.

telling: Elke dubbele landing is één punt.

12. TRAPLOPEN, Start aan de linker kegel dat 2m voor de trap staat, spurt naar de trap, loop de trap op en spurt naar de kegel dat 2m bovenaan de trap staat. Loop dan terug de trap af en vervolgens naar de rechter kegel, loop naar de linker kegel en herhaal de oefening

telling: Elke keer startkegel aanraken is 1 punt

traplopen2.png

13. SPRINT TUSSEN 4 KEGELS, Start sprint vooruit, om de kegel zijwaarts naar de volgende kegel, achterwaarts naar de volgende, eromheen en dan zijwaarts naar de volgende eromheen enz.

telling: Elke keer startkegel aanraken is 1 punt

4 kegels.png

14. BALLEN HALEN, Er liggen verschillende ballen op het terrein, verzamel er zoveel mogelijk, bal per bal. Raak je een andere bal aan dan ben je dat punt kwijt!

telling: Iedere bal in de emmer is 1 punt.

tennisballen.jpg

15. PARACHUTESPRINT, Doe de parachute aan en loop zo snel mogelijk zonder dat de parachute op de grond terecht komt. Bij ons op de club bekend als de "joran sprint"     

telling: Afstand totdat de parachute op de grond valt.

parachute3.png

Beenspieren:

16. TRAPSPRINGEN IN SQUAT JUMP, Begin aan de onderste treden van de trap. Jump naar de eerste tree en kom in squat-houding te staan. Uit deze houding jump je omhoog naar de volgende tree en kom je weer in squat-houding te staan. Zo jump je helemaal naar boven en loop je terug naar beneden, tree per tree, om deze oefening te herhalen.

telling: Elke keer bovenaan de trap is 1 punt!

squatjump.png

17. TOE TAPS, Ga voor de trap staan en tik de tree zo snel mogelijk aan, eerst met rechts en dan met links.

telling: Elke aanraking is 1 punt.

toetaps.png

18. ARMPOWER, Strek je armen uit, dan komt er een gewicht op je handen te liggen. Probeer dat één minuut vol te houden

telling: Je tijd is je score

Armspieren:

19. MEDICINEBAL GOOIEN & VANGEN, Sta achter de kegel, neem een zware medicinebal en gooi deze vanaf je borst naar de muur en vang hem weer op.  

telling: Elke vangbal is 1 punt

gooien.png

20. PUSH UP,   Ga in hoge plankhouding staan, plaats je handen op schouderbreedte onder je schouders, voeten bij elkaar en je lichaam op één rechte lijn. Plooi je armen zodat je met je neus de medicinebal kan raken en duw je dan in één geheel en beweging terug op. Herhaal dit.

telling: neus op de bal+ gestrekte armen dan 1 punt

pushup.png

Behendigheid:

21. LADDERLOPEN,  Start op je linkerbeen, spring op dat been in de ladder, spring uit de ladder naar links, spring uit de ladder naar voren, spring in de ladder naar rechts, spring in de ladder naar voren, links uit, naar voor uit, rechts in, naar voor in, enz.  Op het einde van de ladder loop je terug naar het begin en doe je dezelfde oefening op je rechterbeen.

telling: elke keer dat je aankomt bij vertrekpunt is 1 punt!

22. TENNISLOOP,  Er staan 2 kegels naast elkaar op 2m afstand. Start aan de rechter kegel en loop in lichte squat-houding naar de linker kegel. Aangekomen bij de kegel zet je je rechterbeen voor en tik je aan met je schrijfhand. Ga nadien in lichte squat-houding naar de rechter kegel, linkervoet voor en aantikken met je tennis hand.

telling: elke keer dat je een kegel aanraakt is 1 punt!

zijwaarts.png

23. ZIJDELINGS SPRINGEN OP ééN BEEN,  Leg 2 hoepels op spreidstand naast je. Ga in één hoepel staan en spring zijdelings op één been naar de andere hoepel. Spring zo snel en zo veel mogelijk van links naar rechts.

telling: elke landing is 1 punt!

zijdelingsspringen.png

24. STAARTJETREK,  Elke persoon heeft “een staartje” in zijn broek zitten. Daag elkaar zodanig uit zodat je het staartje van de andere persoon kan pikken. Bedoeling is om met de gezichten naar elkaar toe te blijven staan en je zo de staart van elkaar kan afpakken. Binnen de minuut!

telling: elke staart is één punt

staart.png

25. ACHTJES ROND JE BENEN MET EEN MEDICINEBAL,  Sta in spreidstand, leg de bal voor je op de grond en draai "achtjes" rond en tussen je benen.

telling: elke volledige '8' is één punt!

achtjes rond benen.png